EPB en premies

Met de energieprestatieregelgeving wil Vlaanderen energiezuinige, comfortabele gebouwen realiseren in nieuwbouw of renovatie. Op termijn wordt daarmee een aanzienlijke energiebesparing gerealiseerd, wat gunstig is voor het leefmilieu en de portemonnee van de bouwheer.

Alle gebouwen waarvoor vanaf 1 januari 2006 een (ver-)bouwaanvraag wordt ingediend, moeten een bepaald niveau van isolatie, energieprestatie en een gezond binnenklimaat behalen. Dit niveau wordt bepaald door de EPB-eisen, waarbij EPB staat voor ‘EnergiePrestatie Binnenklimaat’.

Wat nu volgt is een brok technische, ietwat saaie uitleg die soms/vaker mijn pet te boven gaat maar die ik jullie toch niet wil onthouden. Om aan de huidige eisen te voldoen, rekenen we op onze architect en EPB – verslaggever die dit alles in hun berekeningssoftware steken.

De energieprestatieregelgeving definieert:

  • thermische isolatie-eisen: K-peil, U- en R-waarden;
  • energieprestatie-eisen: E-peil;
  • eisen op het vlak van het binnenklimaat: ventilatie en tegengaan van oververhitting.

Het K-peil geeft de graad van thermische verliezen door de gebouwschil aan of het globaal isolatiepeil. De term houdt niet alleen rekening met de isolatiegraad van een gebouw (de U-waarde) maar ook met de graad van compactheid: een huis dat goed geïsoleerd is, maar een groot contactoppervlak met buiten heeft, zal toch veel warmte verliezen. Hoe lager het K-peil, hoe lager de warmteverliezen of hoe beter geïsoleerd.

In België is men vandaag verplicht om gemiddeld 7 cm dik te isoleren. In de ons omringende landen waren dit in 1999 reeds heel andere cijfers: 11 cm in Nederland, 18 cm in Duitsland en 22 cm in Frankrijk. Voor een verantwoord energiegebruik (naar 70 kWh/m²/jaar i.p.v. het huidige 210 kWh/m²/jaar) denkt men eerder aan een dikte van 30 cm. België loopt spijtig genoeg op nog meer vlakken achter op de buurlanden, maar misschien schrijf ik hier later nog een apart bericht over.

Het K-peil bleef lange tijd onveranderd en werd pas verlaagd in januari 2012 van K45 naar K40. In 2010 lag het gemiddelde K-peil van nieuw gebouwde woningen al rond K33. Voor LEW dien je een K-peil van 30 of minder te halen, bij passiefhuizen is dat K10.

De U-waarde drukt de hoeveelheid warmte uit die per seconde, per m2 en per graad temperatuurverschil tussen de ene en de andere zijde van een wand doorgelaten wordt. Dit getal focust niet op het globale isolatiepeil, maar op verschillende onderdelen als glas, raamkaders, soorten isolatie,… Hoe lager de U-waarde, hoe beter een bouwdeel geïsoleerd is. 
Voorbeeld: Enkel glas heeft een gemiddelde U-waarde van 5.8 W/m²K, voor dubbel glas is dat 2.8 W/m², HDR glas zit tussen 1.4 en 1.1 en driedubbel glas met gas zit rond 0.6 tot 1.0.

Als we willen weten hoe goed een laag materiaal van een bepaalde dikte thermisch isoleert, moeten we de R-waarde berekenen. De R-waarde is de warmteweerstandscoëfficiënt (què?) van een materiaallaag en wordt bepaald door de isolatiewaarde en de dikte van het materiaal. Hoe hoger de R-waarde, hoe beter een materiaallaag isoleert.

Voorbeeld: Minerale wol met lambda-waarde (warmtegeleidingscoëfficiënt) van 0,04 en een dikte van 16 cm, heeft een R-waarde van  4,00 m²K/W  (0,16/0,04 = 4,00 m²K/W). Gebruiken we voor dezelfde toepassing een PUR-plaat met lambda-waarde 0,03 dan volstaat een dikte van 12 cm om eenzelfde R-waarde van 4,00  m²K/W te krijgen  (0,12/0,03 = 4,00 m²K/W). Dus: hoe lager de lambda-waarde, hoe beter een materiaal isoleert en hoe minder dik je moet isoleren om eenzelfde resultaat te bekomen.

Wanneer je prijzen van producten vergelijkt, moet je dus letten op de R-waarden van het materiaal, alhoewel de ecologie ook meespeelt. PUR-platen hebben een hoge isolatiewaarde maar scoren slecht op ecologisch vlak. Bij het vervaardigen, het verwerken en ook als afval is PUR een energieverslindend en milieubelastend materiaal.

Het E-peil  is een maat voor de energieprestatie van een woning en de vaste installaties ervan in standaardomstandigheden. Het E-peil hangt af van de compactheid (bolvorm), de thermische isolatie, de luchtdichtheid, de ventilatie, de verwarmingsinstallatie, het systeem voor de warmwatervoorziening, de oriëntatie “bezonning”, de koelinstallatie et cetera. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger een woning is.

In 2006 werd het E-peil voor nieuwbouw vastgelegd op maximaal E 100. In 2010 werd het verlaagd naar E 80, voor bouwaanvragen vanaf 2012 werd het nogmaals verlaagd naar E 70 en vanaf 2014 mag het E-peil maximaal E 60 zijn.
Voor passiefhuizen is het moeilijker om het e-peil te berekenen, aangezien men hernieuwbare energie (= energie die gewonnen wordt uit onuitputtelijke bronnen zoals wind, water, zon, grond, …) hiervoor in mindering brengt. Voor een passiefhuis KAN het E-peil schommelen tussen E 0 en E 70.

Wat is lage-energie, wat is passief, wat is nulenergie?

Nu vraagt u zich misschien af: waarom dit hokjesdenken? Wel, omdat er aan deze waarden een som geld vast hangt! Om subsidies te kunnen uitkeren (of juist niet) is het voor de overheidsinstanties handig om dingen in hokjes te steken en te kwantificeren.

In 2006, toen de norm nog E 100 was, sprak men bij E 60 al van een LEW. Maar zoals gezegd is de algemene EPB-norm in 2011 strenger geworden (maximaal E70) en is een LEW qua verwarming op het dubbele gezet van een passiefwoning. Om dit nog correcter te kunnen evalueren is er sinds 2012 nog een bijkomende EPB-eis: de netto-energiebehoefte voor verwarming per m². Die moet per jaar kleiner zijn dan 70 kWh/m². Voor een LEW moet die kleiner zijn dan 30 kWh/m².

kenmerken van een lage energiewoning?

  • Netto-energiebehoefte voor verwarming & koeling  ≤ 30 kWh/m².j.
  • Dit resulteert in K-peil ≤ 30 en E-peil ≤ 60.
  • Een compacte woning (rijwoning is beter dan vrijstaande woning!)
  • Een isolatie en luchtdichte afwerking die ongeveer dubbel zo goed is als een woning die net aan de EPB-eisen voldoet.
  • De oriëntatie benutten: te verwarmen leefruimtes voorzien van voldoende raampartijen aan de zonzijde.
  • Energiezuinige en efficiënte technieken al dan niet in combinatie met hernieuwbare energie.

Kenmerken van een passiefhuis

  • Netto-energiebehoefte voor verwarming & koeling  ≤ 15 kWh/m².j.
  • Dit resulteert in K-peil ≤ 20 en E-peil ≤ 40.
  • De isolatiegraad van de wanden ligt optimaal rond U = 0.15 W/m²K.
  • Buitenschrijnwerk met verhoogde thermische eigenschappen en driedubbele beglazing.
  • Er wordt zeer veel belang gehecht aan bouwknopen (geen koudebruggen) en een zeer luchtdichte afwerking. Met zo’n dikke isolatiejas rond de woning doet elk lucht- of koudelekje afbreuk aan het passieve karakter.
  • Door dit passieve karakter = gratis gebruik maken van de warmte van de zon, is het hier nog belangrijker om de woning en zeker de ruimtes i.f.v. hun gebruik en comfort goed te oriënteren.
  • Dit resulteert wel in een verhoogd risico op oververhitting hetgeen opgelost wordt door alle zuid- en west-georiënteerde ramen te voorzien van screens. Zo voorkom je dat de temperatuur binnen te hoog oploopt in de zomer.

Een passiefhuis staat vooral bekend om zijn bijna onafhankelijkheid van verwarming: de woning wordt nog beter geïsoleerd en luchtdichter afgewerkt. Anderzijds zorgen voldoende ramen aan de zonzijde voor gratis warmte en zorgt een ventilatiesysteem D met warmterecuperatie voor verse lucht en aanvullende warmte. Met zo’n combinatie heb je in principe geen verwarming meer nodig, tenzij wat beperkte bijverwarming in putje winter. Bij een passiefhuis is de netto-energiebehoefte voor verwarming en koeling per m², per jaar ≤ 15 kWh/m².j. De investering in een dergelijk isolatiepakket is pas efficiënt als de woning zeer luchtdicht is afgewerkt: in een oudere woning wordt de binnenlucht door lekken en spleten op 1 uur tijd 8 keer ververst. Voor een gewone nieuwbouwwoning is dat 4 keer, in een zeer luchtdichte passiefwoning 0,6. Hier heb je dus een zeer lage ongecontroleerde luchtverversing. Hoe zorg je in zo’n woning dan voor een gezond binnenklimaat? Door een volledig mechanisch ventilatiesysteem (systeem D) waarbij af- en toevoer in de ruimtes volgens hun functie afgesteld zijn: afzuigen in natte/vochtige ruimtes zoals keuken, badkamer, berging en inblazen in droge ruimtes zoals woonkamer, slaapkamer, bureau …

Nulenergiewoning

De nulenergiewoning is een passiefhuis, met als doel de nog resterende energievraag voor het verwarmen en koelen van een ruimte volledig te halen uit hernieuwbare energiesystemen. Een nulenergiewoning wordt ook een energieneutrale- of balanswoning genoemd. De Europese regelgeving schrijft voor dat alle nieuwbouwwoningen vanaf 2021 bijna-energieneutraal moeten zijn.

Premies, fiscale voordelen en belastingvermindering

Alhoewel ook de federale overheid het bouwen van energiezuinige huizen promoot, zal spijtig genoeg voor woningen die niet uiterlijk op 31 december 2011 als LEW, passiefwoning of nulenergiewoning zijn gecertificeerd, geen belastingvermindering voor 10 jaar meer worden verleend. Gelukkig hebben we in België ook nog een Vlaamse overheid en die is wel nog bereid om een kleine tegemoetkoming te voorzien: gedurende 10 jaar een korting van 20% op de jaarlijkse onroerende voorheffing voor woningen met een E-peil van E60 of lager en 40% voor woningen met een E-peil van E40 of lager.

Daarnaast keert de Vlaamse overheid ook via de distributienetbeheerders (Infrax, Eandis) een premie uit:
Voor nieuwbouwwoningen waarvan de bouwaanvraag gebeurde tussen 1-1-2010 en 31-12-2011 keren netbeheerders volgende premies uit:
E60-E40: 1 000 euro (+ 40 euro per E-punt lager dan E60) + 300 euro voor een zonneboiler
E40-E0: 1 800 euro (+ 50 euro per E-punt lager dan E40) + 300 euro voor een zonneboiler

Vanaf 1-1-2012 wijzigt dit in :
E50-E41: 1400 euro voor E50 (+40 euro per E-peilpuntverbetering)
E40-E0: 1800 euro voor E40 (+ 50 euro per E-peilpuntverbetering)

Hoe zit het met onze toekomstige woning?

Wij gaan proberen een E-peil van E30 te halen. Wat we tot nu toe gehoord hebben van de bouwfirma scoren zij zeer goed wat betreft luchtdichtheid. Ook het wegwerken van bouwknopen is iets waarmee in de ontwerpfase rekening  gehouden werd. Gezien de uit- en insprongen geschrapt werden, is ons huis nu ook compacter. Onze woning wordt daarom hopelijk een zeer-LEW, maar geen passiefhuis. Ook wij zullen gebruik maken van een ventilatiesysteem D en driedubbele beglazing. Onze woning is met de grootste raampartijen naar het zuidoosten georiënteerd en daarom gaan we ook screens of iets dergelijks moeten voorzien.

Het skelet zelf zal slechts 18 cm isolatie bevatten en onze raamkaders zijn geen passieve raamkaders. Die zijn nog altijd zeer duur. Alhoewel in de toekomst waarschijnlijk enkel nog maar passief (of nulenergie) gebouwd mag worden, zou het economisch optimum vandaag bij een LEW liggen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s